Organisatie van Jehovah’s Getuigen

Organisatie Getuigen

Ontstaan

De organisatie van Jehovah’s Getuigen werd tegen het einde van de 19e eeuw opgericht in Pennsylvania door een kleine groep Bijbelstudenten onder leiding van Charles Taze Russell. Russell was gedesillusioneerd geraakt door het christendom waarmee hij vertrouwd was. Hij beweerde dat deze was afgeweken van het eerste-eeuwse christendom zoals hij dat in de Bijbel las. In 1884 werd  Zion’s Watch Tower Tract Society opgericht. Het genootschap hield zich bezig met het publiceren en verspreiden van Bijbelse lectuur die gekenmerkt werd door een sterke eindtijdverwachting en de komst van Gods koninkrijk. Vandaag de dag telt de religieuze groepering ruim 8,3 miljoen actieve leden in 240 landen. In Nederland is de organisatie van Jehovah’s Getuigen actief sinds het begin van de twintigste eeuw. Nederland telt iets minder dan 30.000 actieve Jehovah’s Getuigen.

 

 

Organisatie structuur

De primaire rechtspersoon die vandaag de dag door de organisatie van Jehovah’s Getuigen wordt gebruikt, is de Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. Het hoofdkantoor hiervan bevindt zich in Warwick, in de staat New York in de Verenigde Staten. Jehovah’s Getuigen geloven dat hun organisatie is gevormd naar die van de eerste-eeuwse christelijke gemeenten.

Besturend Lichaam

De wereldwijde organisatie van Jehovah’s Getuigen wordt geleid door het Besturend Lichaam. Deze bestaat uit oudere mannen die zichzelf zien als door God in deze positie aangesteld.  Het Besturend Lichaam woont en werkt in het hoofdkantoor te Warwick, Verenigde Staten, en staat aan het hoofd van de sterk hiërarchische organisatie. Jehovah’s Getuigen geloven dat het Besturend Lichaam het ‘kanaal’ is waardoor Jehovah God zijn wil kenbaar maakt.

Bijkantoren

Onder het toezicht van het Besturend Lichaam wordt de organisatie geleid via Bijkantoren. Ieder Bijkantoor houdt toezicht over een bepaald land of gebied en wordt geleid door een Bijkantoorcomité. De leden van een Bijkantoorcomité worden aangesteld door het Besturend Lichaam. Momenteel zijn er meer dan 90 Bijkantoren wereldwijd. Een Bijkantoor wordt ook wel ‘Bethel’ (Huis van God) genoemd.

Gemeenten

Gemeenten zijn groepen van Jehovah’s Getuigen en staan aan de basis van de organisatie. Gemeenten zijn georganiseerd in groepen, bekend als ‘kringen’. De gemeenten binnen een ‘kring’ worden bezocht door de ‘kringopziener’, een vertegenwoordiger van het Bijkantoor, die geestelijke zorg draagt voor de hem toegewezen gemeenten en er op toeziet dat ze voldoen aan de theocratische regels van de organisatie. Kringopzieners worden door het Besturend Lichaam aangesteld.

Verkondigers

Leden van de gemeente worden ‘verkondigers’ genoemd en noemen elkaar ‘broeder’ en ‘zuster’. Indien iemand nog niet gedoopt is, maar wel deelneemt aan het door de organisatie geleide evangelisatiewerk, wordt deze een ‘ongedoopte verkondiger’ genoemd. De doop wordt gezien als het symbool dat iemand zich ‘aan Jehovah (God) heeft opgedragen’ en betekent dat hij zich met de organisatie van Jehovah’s Getuigen heeft verbonden.

Ouderlingen en Dienaren

In elke gemeente van Jehovah’s Getuigen heeft een groep ouderlingen de leiding. Zij worden in hun taken ondersteund door ‘dienaren in de bediening’. Een vrouw kan binnen de organisatie van Jehovah’s Getuigen nooit ouderling of ‘dienaar in de bediening’ worden. Ouderlingen worden aangesteld als ‘herders’ om zorg te dragen voor hun gemeente. Hun verantwoordelijkheden omvatten de organisatie van het evangelisatiewerk, het leiden van vergaderingen en bijbelstudies, het bieden van geestelijke zorg aan de gemeente en het toezicht houden dat de leden zich houden aan de (strenge) normen en richtlijnen van de organisatie.

Tot de taken en verantwoordelijkheden van ‘dienaren in de bediening’ behoren onder meer: het zorgdragen voor de lectuur, het bedienen van de geluidsapparatuur tijdens bijeenkomsten, toezicht houden tijdens een vergadering, het schoonmaken en onderhouden van de Koninkrijkszaal (de plaats waar Jehovah’s Getuigen voor aanbidding samenkomen).

Een mannelijke verkondiger kan geestelijke vooruitgang maken door eerst dienaar in de bediening te worden en daarna een ouderling. Of iemand voor een aanstelling in aanmerking komt, hangt af van of diegene voldoet aan bepaalde ‘bijbelse’ kwalificaties en richtlijnen. Binnen de organisatie gelooft men dat ouderlingen en dienaren in de bediening ‘door de geest’ zijn aangesteld. Men veronderstelt de leiding van de heilige geest wanneer gebedsvol wordt beschouwd of iemand aan de Bijbelse richtlijnen voldoet.

Wanneer iemand in aanmerking komt om ouderling te worden, doet het lichaam van ouderlingen een aanbeveling en stuurt deze naar het Bijkantoor waar bepaald wordt of de aanbevolen persoon kan worden aangesteld of niet.

Aspecten van de leer die van invloed zijn bij situaties van seksueel misbruik
Bijbel als ‘Gods Woord’

Voor Jehovah’s Getuigen is de Bijbel de basis voor wat zij geloven en hoe zij hun leven leiden. Die Bijbel wordt door hen gezien als het geïnspireerde ‘Woord van God’. Zij lezen de Bijbel vrij letterlijk en begrijpen de tekst zoals die door het Besturend Lichaam, middels publicaties, wordt uitgelegd. Veel tekstgedeeltes in de Bijbel worden gelezen als toekomstvoorspelling die in deze en de toekomende tijd een vervulling vinden. Andere teksten worden gezien als eeuwig geldende richtlijnen voor hoe te leven. Het is individuele Getuigen van Jehovah niet toegestaan de Bijbel naar eigen inzicht – afwijkend van de organisatorische leer – uit te leggen. Ook het beleid van de organisatie is gebaseerd op de Bijbel, zoals deze door het Besturend Lichaam wordt geïnterpreteerd en uitgelegd.

Gezagsbeginsel en gehoorzaamheid

Centraal in de leer staat het ‘gezagsbeginsel’, gebaseerd op de tekst in 1 Korinthiërs 11 vers 3, waar staat dat ‘de Christus het hoofd is van elke man. En de man is het hoofd van de vrouw en God het hoofd van de Christus’. Vrouwen dienen onderworpen te zijn aan hun man en kinderen aan ouders. Van gemeenteleden wordt verwacht dat ze gehoorzaam zijn aan de ouderlingen en zowel de ouderlingen als de rest van de gemeente dient te gehoorzamen aan de leiding van de organisatie. Met aan de top het Besturend Lichaam, die zichzelf identificeert met de ‘getrouwe en beleidvolle slaaf, die door zijn meester (Jezus) over diens huisknechten is aangesteld’ en derhalve het kanaal vormt waardoor God zijn wil aan de volgelingen bekendmaakt. (Matth.24:45). Gehoorzaamheid aan de organisatie wordt gezien als gehoorzaamheid aan God.

Positie van vrouwen in de gemeente

Vrouwen mogen niet onderwijzen in de gemeente. Zij mogen geen gezag uitoefenen over gedoopte mannelijke Jehovah’s Getuigen. Zij worden niet in leidende posities in de gemeente aangesteld en mogen zich niet met gemeenteaangelegenheden bemoeien. Er wordt van ze verwacht dat zij voor geestelijke leiding opzien naar hun man.

Afgescheiden van de wereld

Jehovah’s Getuigen worden aangespoord zich afgescheiden van de wereld te houden. Volgens de Bijbel zei Jezus dat zijn volgelingen ‘geen deel van de wereld’ zijn. Bovendien is volgens de leer Satan de heerser van deze wereld. Jehovah’s Getuigen nemen daarom geen politiek standpunt in. Sociale omgang met mensen buiten de organisatie wordt zoveel mogelijk beperkt. Mensen buiten de organisatie worden aangeduid als ‘werelds’ en mensen die ‘niet in de Waarheid’ zijn.

Seculiere wet versus Bijbelse wet

In Romeinen 13:1 staat dat iedereen onderworpen moet zijn ‘aan de superieure autoriteiten, want er is geen autoriteit die niet van God komt; de bestaande autoriteiten zijn door God in hun relatieve positie geplaatst.’ Op basis van deze tekst dienen Jehovah’s Getuigen te gehoorzamen aan de wetten van het land waarin zij wonen of verblijven. Wanneer die wetten echter in conflict zijn met de geloofsleer, krijgt de tekst in Handelingen 29:5 de overhand: ‘Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen’. De eigen interne regels, die gezien worden als van God afkomstig, krijgen daarom voorrang boven seculiere wetten. Op de eigen richtlijnen die van invloed zijn bij de organisatorische reactie op seksueel misbruik wordt dieper ingegaan in het artikel over seksueel misbruik bij Jehovah’s Getuigen.

Morele regels ten aanzien van seksualiteit

Jehovah’s Getuigen houden er een strenge seksuele moraal op na. Seks mag alleen tussen een man en een vrouw die gehuwd zijn. Buiten het huwelijk is geen enkele vorm van seks toegestaan. Ook masturbatie niet. En hoewel de organisatie geen specifieke details noemt, laat ze wel doorschemeren dat ook binnen het huwelijk niet alle seksuele handelingen toegestaan zijn.

Uitsluiting

De organisatie van Jehovah’s Getuigen hanteert het gebruik van uitsluiting. Een gedoopte Jehovah’s Getuige die een overtreding begaat ten aanzien van de morele regels van de organisatie en daarvan geen berouw toont, wordt uitgesloten. Jehovah’s Getuigen mogen dan geen contact meer met deze persoon. Iemand die wordt uitgesloten verliest vaak het hele sociale netwerk, inclusief naaste familie, wat ingrijpende gevolgen heeft.

Ook iemand die er zelf voor kiest officieel niet langer één van Jehovah’s Getuigen te willen zijn, wordt als uitgesloten behandeld.

Noot:

Bijbelteksten zijn geciteerd uit de Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (2017), uitgegeven door Watch Tower Bible and Tract Society of New York, Inc.

 

Geef een reactie