Toegankelijkheid van informatie afhankelijk van wie je bent bij Jehova’s Getuigen

Achtergrondinformatie

Wie bij de organisatie van Jehova’s Getuigen begint over seksueel misbruik, krijgt te horen dat ze al jarenlang voorlichting geven om kinderen te beschermen. Vertegenwoordigers van de geloofsgemeenschap zullen niet nalaten te wijzen op de vele publicaties die ze over het onderwerp hebben uitgegeven. Op hun website is inderdaad veel materiaal te vinden en op de pagina ‘Jehovah’s Getuigen geven voorlichting om seksueel misbruik te voorkomen wordt geschermd met grote getallen aan oplages.

Volgens de opvattingen van Jehova’s Getuigen ligt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van kinderen bij de ouders. Vrijwel al het voorlichtingsmateriaal is dan ook bedoeld om ouders hierbij te helpen. Maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de organisatie? Wat als het beleid van de organisatie gevolgen heeft waardoor kinderen niet goed beschermd worden? En waarom wordt er niets openlijk gepubliceerd aangaande het beleid dat men voert?

Het lijkt erop dat informatie opzettelijk  weggehouden wordt van gewone gemeenteleden en de buitenwereld. Aangezien de leden er in de praktijk wel mee te maken krijgen, zouden ze er recht op hebben hier inzicht in te krijgen. Zeker waar het situaties rond seksueel misbruik betreft.

Hiërarchische informatieverstrekking

Gewone gedoopte gemeenteleden beschikken als handleiding voor hun leven en dienst als Jehova’s Getuigen over het boekje Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen (2005). Men krijgt dit boek bij de doop en het is niet bestemd voor het grotere publiek. Gemeenteleden hebben verder de beschikking over het Werkboek leven- en dienenvergadering, de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! en alle andere publicaties die voor vers preiding bedoeld zijn. Verder worden gemeenteleden af en toe geïnformeerd middels mededelingen of het voorlezen van (een deel van) brieven die voor de gemeenten bestemd zijn.

Ouderlingen hebben voor het uitvoeren van hun taken een handboek. Het huidige handboek heet Weidt de kudde Gods (ks-10, 2010). De voorloper daarvan was Schenkt aandacht aan uzelf en aan de gehele kudde  (ks-91, 1991, de Nederlandse versie hiervan verwijst naar eerdere uitgaven van 1977, 1979, 1981). Alleen wie ouderling is, beschikt doorgaans over een exemplaar van dit boek. De richtlijnen worden aangevuld en/of gewijzigd door middel van brieven die ook alleen voor ouderlingen toegankelijk zijn. Van een brief met aanvullende of vervangende richtlijnen dient men een notitie te maken op daarvoor aangegeven plaatsen in het ouderlingenboek. Soms worden op aanwijzing hele paragrafen doorgehaald.  Het laatst bijgewerkte beleid aangaande seksueel misbruik bevindt zich grotendeels in de brief aan alle lichamen van ouderlingen, gedateerd 1 september 2017.

Hoger in de hiërarchie dan ouderlingen bevinden zich de kringopzieners en bijkantooropzieners. Aangaande seksueel misbruik beschikt de juridische afdeling van een bijkantoor over informatie die er voor moet zorgen dat beleid wordt uitgevoerd op een wijze waarbij  indien mogelijk niet de wet van het land wordt overtreden.  Ouderlingen die te maken krijgen met een beschuldiging van seksueel misbruik moeten meteen contact opnemen met de juridische afdeling van hun bijkantoor. Na het gesprek met de juridische afdeling worden zij doorverbonden met de Dienstafdeling (zie punt 7 van de brief Aan alle Lichamen van Ouderlingen, 1 september 2017). De Dienstafdeling geeft aan ouderlingen instructies aangaande hoe te handelen wanneer zij een beschuldiging van seksueel misbruik moeten onderzoeken, als er een rechterlijk comité wordt gevormd, aangaande restricties of uitsluiting en bij herstelverzoeken. Hierbij wordt een handleiding met richtlijnen gebruikt, in het Engels bekend als Child Protection Guidelines For Branch Office Service Desks. Hiervan is ongetwijfeld ook een Nederlandse versie.

De website van Jehova’s Getuigen beschikt over een inloggedeelte, waar leden naar gelang hun positie in de hiërarchie over informatie kunnen beschikken.

Misleidend? Een voorbeeld uit Australië

Deze hiërarchische informatieverstrekking kan misleidend werken, of op zijn minst een mooier beeld schetsen dan werkelijkheid is. De gewone gemeenteleden krijgen slechts een deel van de informatie, doorgaans dat deel dat men ook met de buitenwereld wil delen. Dit laatste wordt goed geïllustreerd door een voorbeeld uit Australië. In de nazomer van 2002 werd daar een brief aan alle gemeenten gestuurd. De aanleiding zou zijn dat er in de media berichten waren verschenen over hoe men in diverse religieuze organisaties omging met beschuldigingen van seksueel misbruik. Dit zou kunnen leiden tot vragen aan Jehova’s Getuigen over hoe dat bij hen zit. Om te weten hoe men in zo’n situatie antwoord kon geven, werd in de brief het ‘Bijbelse standpunt’ uitgelegd.

Naar aanleiding van deze brief kwamen er vragen binnen bij het bijkantoor. In een brief van het Australische bijkantoor aan alle lichamen van ouderlingen gedateerd 10 oktober 2002 wordt hierop gereageerd:

“Some questions have arisen concerning the statement on page 2 of our letter To All Congregations in Australia dated August 28, 2002: “We have long instructed elders to report allegations of child abuse to the authorities where required by law to do so, even where there is only one witness.” This statement needs to be understood in the following context: (1) This was a general letter to the congregation and not specifically to the elders; and (2) the Society has long instructed elders to follow the following procedure:

  • “When elders receive reports of physical or sexual abuse of a child, they should contact the Society’s Legal Department immediately. Victims of such abuse need to be protected from further danger.”-See letter AB:AS To All Bodies of Elders, August 25, 1989, page 3.
  • “When a member of the congregation is accused of child molestation, the elders should contact the Society immediately. Some states make it mandatory that elders report an accusation to the proper authorities but other states do not. … Before speaking to the one accused, the elders should contact the Society.”-See letter SA To All Bodies of Elders, November I, 1995, page 1.”

In het vervolg van deze brief wordt uitgelegd dat (in Australië) wetten verschillen per staat en kunnen veranderen door de tijd. Ook de definitie van kindermisbruik (‘child abuse’) zou niet wettelijk vastliggen. Ouderlingen moeten daarom altijd contact opnemen met (de juridische afdeling van) het bijkantoor, zodat men kan handelen volgens wat de wet op dat moment en die plaats van ze vereist.

De genoemde zin waar vragen over rezen, suggereert dat men al heel lang zaken van seksueel misbruik bij de autoriteiten aangeeft. In ieder geval in Australië in staten waar dit door de wet wordt vereist. Het onderzoek door de Royal Commission into Institutional Responses to Child Sexual Abuse laat echter zien dat niet één van de 1006 daders die bij de organisatie van Jehova’s Getuigen tussen 1950 en 2015 bekend waren door de ouderlingen bij de autoriteiten is aangegeven. Geen wonder wellicht dat ouderlingen vragen stelden aan het bijkantoor over dit tekstgedeelte. In het antwoord dat zij kregen werd erop gewezen dat de betreffende tekst deel uitmaakte van een algemene brief aan de gemeenten, oftewel de gewone leden. Ouderlingen dienden zich te houden aan de instructies die zij sinds lang van het genootschap krijgen.

Gewone gemeenteleden weten niets van de instructies die ouderlingen krijgen. Ze weten niet dat ouderlingen meteen contact dienen op te nemen met (de juridische afdeling) van hun bijkantoor. Ze weten niet dat de ouderlingen nauwkeurig instructies dienen op te volgen die ze van boven krijgen. Ze kregen echter wél door die bewuste brief van 28 augustus 2002 To All Congregations de (onjuiste) indruk dat ouderlingen reeds lang aangifte deden bij de autoriteiten, zelfs als er geen sprake is van twee getuigen van het misbruik.

Nederland: een ‘nieuw’ protocol?

In Nederland is recent een document met de naam Het Bijbelse standpunt van Jehovah’s Getuigen over de bescherming van kinderen geproduceerd. In de derde week van maart is aan gemeenteleden de volgende mededeling gedaan die precies zo moest worden voorgelezen:

‘We laten jullie graag weten dat er een verklaring is uitgegeven met de titel Het Bijbelse standpunt van Jehovah’s Getuigen over de bescherming van kinderen. Als je als lid van de gemeente een exemplaar wilt ontvangen, kun je dat van de coördinator van het lichaam van ouderlingen of de secretaris krijgen. Ontvang onze hartelijke groeten. Jullie broeders, Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen.’

Geen woord over seksueel kindermisbruik, terwijl het document daar toch eigenlijk over gaat. Ook wordt het niet uitgedeeld, maar slechts verstrekt aan diegenen die er om vragen. De kans is groot dat gewone gemeenteleden binnen de kortste keren zijn vergeten dat het bestaat.

Zelfs naar de ouderlingen is in dit geval geen transparantie. Er wordt niet gesproken over de media-aandacht voor het seksueel misbruik bij Jehova’s Getuigen of verwezen naar gesprekken met medewerkers van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In de begeleidende brief wordt ter verklaring van het document aangegeven dat verkondigers – leden van de gemeente – soms vragen stellen over de manier waarop de organisatie tegen kindermisbruik aankijkt en dat dit formulier bedoeld is hier antwoord op te geven. De ouderlingen krijgen echter de instructie nauwgezet de richtlijnen op te volgen zoals die staan in de brief aan alle lichamen van ouderlingen van 1 september 2017.

In de brief van minister Sander Dekker aan de Tweede Kamer van 21 maart 2018, lijkt de minister in de veronderstelling dat het bestuur van Jehova’s Getuigen ‘zich bereid heeft getoond een aantal stappen te zetten’, door het ontwikkelen van een protocol. Er is echter sinds het eerste gesprek van ambtenaren van het ministerie met de vertegenwoordigers van Jehova’s Getuigen niets veranderd. Het beleid is nog hetzelfde, het recent uitgebrachte document is in grote lijnen een vertaling van een reeds in Australië bestaand document en geeft slechts gedeeltelijke informatie. Het betreft wederom informatie die – eventueel – gedeeld mag worden met de buitenwereld, maar die niet laat zien hoe het beleid werkelijk in zijn werk gaat.

Sinds 1 mei is het document aangaande de bescherming van kinderen te downloaden op de officiële website van Jehova’s Getuigen. Het staat onder ‘juridische informatie’, bij ‘te downloaden informatiepakketten’ die bedoeld zijn voor overheidsfunctionarissen, mensenrechtenorganisaties en juridische bedrijven. Verraadt deze locatie de eigenlijke doelgroep voor deze informatie?

Een handtekening voor gegevensverwerking

Op 25 mei trad in de hele EU de nieuwe wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking. Omdat de organisatie van Jehova’s Getuigen gegevens bijhoudt van haar leden, werd momenteel aan iedere ‘verkondiger’ gevraagd een toestemmingsverklaring te tekenen. Met het ondertekenen geeft iemand toestemming dat alle afdelingen van de organisatie van Jehova’s Getuigen en verdere daarmee verbonden organisaties diens ‘persoonsgegevens op een wettige manier in overeenstemming met haar religieuze belangen mag gebruiken’. Volgens het toestemmingsformulier is de persoon die ondertekent er over geïnformeerd dat er op jw.org een pagina te vinden is over het privacybeleid en is hij in de gelegenheid geweest het te lezen.

Het ondertekenen van het formulier lijkt een vereiste te zijn voor het kunnen meedoen aan bepaalde religieuze activiteiten en het ontvangen van geestelijke ondersteuning. Wat er echter niet bij wordt verteld is dat iemand die het formulier niet ondertekent er zeer waarschijnlijk niet voor in aanmerking komt om ‘dienaar in de bediening’, ouderling of ‘pionier’ te worden. Deze info staat wél in het begeleidende formulier (S-291) dat alleen bij de ouderlingen bekend is. Op ditzelfde instructieblad staat ook dat van iemand die weigert het formulier te ondertekenen toch gegevens worden bijgehouden in de plaatselijke gemeente. Het gaat daarbij om informatie die staat op zijn ‘verkondigerskaart’ (S-21) , wat doorgaans naast zijn naam en doopdatum betrekking heeft op het aantal uren dat hij aan evangelisatiewerk heeft verricht.

Op het mededelingenformulier van april 2018 (S-147-18) dat ook alleen voor ouderlingen bestemd is, staat dat de secretaris het lichaam van ouderlingen dient te informeren als een verkondiger weigert het toestemmingsformulier te ondertekenen.

Gewone gemeenteleden weten doorgaans niet welke informatie men over hen bijhoudt. Men geeft middels een handtekening toestemming tot de verwerking van ‘persoonsgegevens’. Op de pagina over ‘privacybeleid’ op de website staat:  De term ‘persoonsgegevens’ zoals gebruikt in dit beleid heeft betrekking op informatie zoals uw naam, e-mailadres, postadres, telefoonnummer, en alle andere gegevens waarmee u kunt worden geïdentificeerd. Ook op de pagina ‘Wereldwijd beleid voor gebruik persoonsgegevens’ krijgt men de indruk dat het bij persoonsgegevens gaat om naam, (mail)adres, telefoonnummer en eventueel nog financiële gegevens wanneer er een donatie is gedaan.

Informatie echter die relevant is voor het ontvangen van ‘geestelijke steun’ en helemaal voor het in aanmerking komen voor een functie als ‘dienaar in de bediening’, ouderling of pionier, houdt in dat men zaken bijhoudt die te maken hebben met iemands houding en gedrag met betrekking tot de organisatie. Het betreft dan of iemand al dan niet ijverig deelneemt aan het evangelisatiewerk, gehoorzaam richtlijnen opvolgt of blijk geeft van een kritische houding, voor een zonde is terechtgewezen, op restricties heeft gestaan of zelfs eerder is uitgesloten. Dit is dus andere informatie dan persoonsgegevens waarmee men iemand kan identificeren.

Het grootste deel van de informatie op de website spreekt over veiligheid en bescherming van eerdergenoemde persoonsgegevens. Maar de informatie die de organisatie van Jehova’s Getuigen in werkelijkheid van haar leden (en ex-leden) bijhoudt is van veel gevoeliger aard. Het bijhouden van deze gegevens wordt verantwoord onder het mom van godsdienstvrijheid. Maar er is geen transparantie over, ook niet naar de leden, terwijl zij er (onbewust) wel een handtekening voor zetten.

Conclusie

De organisatie van Jehova’s Getuigen is niet transparant naar haar leden, noch naar de buitenwereld. Zij willen het mooier doen voorkomen dan het in werkelijkheid is.

Doordat gewone gemeenteleden niet op de hoogte zijn van het werkelijke beleid rond seksueel kindermisbruik, kunnen zij het ‘opgeschoonde beeld’ naar de buitenwereld in stand houden wanneer zij er vragen over krijgen. Ook hechten ze hierdoor minder snel geloof aan verhalen rond misbruik die hen vanuit de media en wereld bereiken. Ze geloven werkelijk dat hun organisatie het goed doet. Gebrek aan informatie kan maken dat men blind is voor de werkelijkheid en dat slachtoffers van seksueel misbruik niet serieus worden genomen.

Terwijl gewone gemeenteleden niet op de hoogte zijn van het beleid, kan de organisatie de verantwoordelijkheid van zich afschuiven. Bovendien zitten er discrepanties in de adviezen die aan gemeenteleden en slachtoffers van seksueel misbruik worden gegeven en het beleid zoals dat door ouderlingen moet worden uitgevoerd.

Bronnen:

 

 

One thought on “Toegankelijkheid van informatie afhankelijk van wie je bent bij Jehova’s Getuigen

  • Mijn man en ik zijn uit de organisatie gestapt,omdat we ontdekten dat de waarheid niet zo waar is als wij dachten.omdat we werden uitgesloten hebben we ongeveer een maand geleden naar een ouderling in ons geval W van Schoten gebeld om te zeggen dat we i.v.m.de AVg wet niet geregistreerd wilden staan in de gemeente Geleen.
    Dat hadden ze gedaan, ze hadden alleen onze naam en uitsluitings datum die bewaren ze.
    Vind ik ook niks. Hebben ze nog iets van ons.mag dat zomaar ?

Geef een reactie