Misbruikzaak Montana: het gaat niet om het geld

Artikelen, Uncategorized

Woensdag 26 september werd in een rechtszaak in Thompson Falls, Montana (VS), bepaald dat de organisatie van Jehova’s Getuigen 35 miljoen dollar moet betalen aan een slachtoffer van seksueel misbruik. De aandacht blijft al gauw hangen rond dit enorme bedrag en kan afleiden van waar het werkelijk om gaat.

De zaak draaide rond de vraag of de organisatie nalatig was geweest (‘negligence’) in de bescherming van kinderen in de gemeente, of dat er sprake was van kwaadwillige opzet (‘malice’).  De toegekende bedragen hebben te maken met deze beoordeling: 4 miljoen dollar werd toegekend op basis van nalatigheid, 31 miljoen vanwege het oordeel ‘malice’. Dit is veelzeggend. Het lijkt erop dat de jury tot het oordeel kwam dat de organisatie opzettelijk haar imago probeerde te beschermen ten koste van de veiligheid van kinderen.

Overzicht van de gebeurtenissen

Het is september 1994 wanneer de moeder van Holly en Peter in het huwelijk treedt met Maximo Nava-Reyes. Slechts enkele weken daarna begint Reyes zijn dan 9-jarige stiefdochter seksueel lastig te vallen.

In de zomer van  1998 raapt Holly alle moed bij elkaar en vertelt aan Don Herberger – die later claimt toen nog geen ouderling te zijn geweest – dat zij seksueel wordt misbruikt door haar stiefvader. Herberger verwijst haar door naar twee andere ouderlingen. Deze doen niks met haar aanklacht omdat er geen tweede getuige is die het kan bevestigen. Thuis gaat het misbruik door.

In 2004 vertelt Peter de ouderlingen over het seksueel misbruik door Reyes vanaf dat hij 8 jaar was tot ongeveer 12-jarige leeftijd. Hij vertelt hen dat ook zijn zus Holly door Reyes seksueel misbruikt is. Holly schrijft de ouderlingen dan een brief, gedateerd 19 maart 2004, waarin zij het misbruik van haar beschrijft.  Maximo Reyes ontkent in eerste instantie alles. Later geeft hij toe dat hij Peter bij drie gelegenheden seksueel heeft aangeraakt. Reyes wordt uitgesloten. Op 1 april 2004 wordt in de gemeente bekendgemaakt dat hij niet langer één van Jehova’s Getuigen is. De enigen in de gemeente die dan op de hoogte zijn van het seksueel misbruik zijn Reyes zelf, zijn vrouw Joan (moeder van de kinderen), Holly, Peter en hun oudere zus Ivy. En de ouderlingen.

Niemand heeft door dat Reyes ook Alexis (Lexi) Nunez misbruikt. Lexi is de dochter van Ivy, Maximo Reyes is haar stiefgrootvader. Reyes begon haar in 2002 seksueel te misbruiken, toen ze slechts 5 jaar was. Het zal doorgaan tot 2007.

Ruim 14 maanden na zijn uitsluiting, op 16 juni 2005, wordt Reyes hersteld en weer in de gemeente opgenomen. Ook nu wordt niemand op de hoogte gebracht van zijn verleden.

Lexi vertelt haar familie pas in 2015 over haar misbruik.

In 2016 dagen Holly en Alexis de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., de Christian Congregation of Jehovah’s Witnesses en de plaatselijke gemeente van Jehova’s Getuigen in Thompson Falls voor de rechter omdat deze hen niet voldoende beschermd hebben. Maximo Reyes en zijn vrouw Joan vluchten naar Mexico.

De bewijsstukken

Vier bewijsstukken waren voldoende om deze zaak rond te krijgen. Deze bewijsstukken bestaan uit de brief van Holly gedateerd op 19 maart 2004, het S-77 formulier dat is ingevuld naar aanleiding van Reyes’ uitsluiting, een brief van de Dienstafdeling aan het lichaam van ouderlingen van de Thompson Falls gemeente gedateerd op 12 april 2004 en een brief in antwoord daarop aan de Dienstafdeling met datum 21 april 2004.

Op het S-77 formulier staat als reden voor de uitsluiting vermeld ‘porneia’. Porneia is een soort verzamelterm waar bij Jehova’s Getuigen vrijwel alle seks onder valt met een persoon waarmee men niet getrouwd is. Voor de organisatie lijkt het geen verschil te maken of er sprake is van seks tussen twee volwassenen die niet met elkaar getrouwd zijn maar er wel beide mee instemmen, of dat er sprake is van een ongelijke situatie waarbij een kind wordt misbruikt. Porneia is nogal nietszeggend als het om seksueel kindermisbruik gaat.

Het formulier bevat verder een beknopt verslag waarin wordt uiteengezet welke beschuldigingen er tegen Reyes zijn ingebracht en waar hij voor uitgesloten is. Ook staat op het formulier welke handelingen Reyes zelf heeft toegegeven. Het S-77 formulier vormt daarmee een krachtig bewijsstuk.

Het beleid van de organisatie schrijft voor dat het S-77 formulier aangaande een persoon die wegens seksueel kindermisbruik wordt uitgesloten, in een gesloten envelop moeten worden bewaard met daarop ‘niet vernietigen’.

In de brief van de Dienstafdeling van 12 april 2004 aan het lichaam van ouderlingen van de gemeente van Jehova’s Getuigen in Thompson Falls staan – naast instructies voor het invullen en ondertekenen van het S-77 formulier – een paar aanvullende vragen: Hoe lang geleden heeft hij de zonde begaan? Wat was zijn leeftijd destijds? Hoe oud was/waren zijn slachtoffer(s)? Was er sprake van een eenmalige gebeurtenis of een gewoonte? Als het een gewoonte was, in welke mate? Hoe wordt hij in de gemeenschap en door de autoriteiten bezien? Heeft hij een beruchte reputatie in de gemeenschap? Zijn leden van de gemeente op de hoogte van wat er gebeurd is? Hoe bezien zij en/of zijn slachtoffer(s) hem?

De ouderlingen van de Christelijke Gemeente van Jehova’s Getuigen van Thompson Falls antwoordden in hun brief van 21 april 2004 dat noch de gemeenschap, noch de autoriteiten op de hoogte zijn van de zaak. De leden van de gemeente weten er op dat moment ook niets van. De enigen die er van weten zijn Maximo Reyes (de pleger), zijn vrouw Joan (moeder van de kinderen), Holly en Peter, en hun oudere zus Ivy. De slachtoffers voelen afkeer voor Reyes.

‘Clergy privilege’ of verschoningsrecht

In Montana is er een wet die zegt dat een volwassene die weet heeft dat een kind seksueel wordt of is misbruikt, hier melding van moet maken. Voor ‘clergy’ – mensen in een geestelijk ambt – geldt in bepaalde situaties een uitzondering.

De advocaten van Watchtower New York, de Christian Congregation of Jehovah’s Witnesses en de plaatselijke gemeente daarvan in Thompson Falls, hebben geprobeerd zich op deze uitzondering te beroepen door te wijzen op vertrouwelijkheid van wat in een gesprek aan ouderlingen wordt gezegd. Zij menen zich op ‘clergy privilege’ te kunnen beroepen als er sprake is van een bekentenis.

Dit beroep is afgewezen omdat de ouderlingen zelf de informatie die zij over het misbruik gekregen hadden, zowel van de aanklagers als van de beschuldigde, niet vertrouwelijk hebben gehouden maar door hebben gegeven aan personen hoger in de organisatie. Bovendien was de bekentenis door Reyes gedaan toen de ouderlingen hém hierover hadden benaderd en niet andersom. Jim Molloy, één van de advocaten voor de aanklagers gaf daarom aan dat dergelijke uitvluchten hier niet van toepassing zijn.

De basis waarop een geestelijke in Montana vrijgesteld kan worden van de meldplicht komt overeen met wat wij kennen als een beroep op verschoningsrecht. Ouderlingen en het bestuur van Jehova’s Getuigen hier in Nederland gebruiken dezelfde argumenten om geen getuigenis te hoeven geven in een rechtszaak of om dossiers achter te houden. Zij beroepen zich op ‘vertrouwelijkheid’. In Nederland hebben leden van de organisatie (alsook de organisatie zelf) zich zo meermalen beroepen op verschoningsrecht, waar het maar de vraag is of dit volgens de Nederlandse wet rechtmatig was. Advocaten, officieren van Justitie en rechters zouden zich meer bewust moeten zijn van het interne systeem bij Jehova’s Getuigen, hun wijze van ‘geestelijke verzorging’ en omgang met vertrouwelijke informatie.

‘Negligence’ en ‘malice’

‘Ouderlingen moeten altijd doen wat zij redelijkerwijs kunnen om kinderen tegen verder misbruik te beschermen’, zo zegt het ouderlingenboek Schenkt aandacht aan uzelf en aan de gehele kudde (p.93), dat destijds in 1998 en 2004 gebruikt werd. En volgens het artikel in De Wachttoren van 1 januari 1997, Laten wij een afschuw hebben van wat goddeloos is, ‘heeft de gemeente voor het aangezicht van Jehovah de verantwoordelijkheid haar kinderen te beschermen’. (p.29)

Als de ouderlingen in 1998, toen Holly hen de eerste keer vertelde over het seksueel misbruik, in het belang van de kinderen hadden gehandeld en een melding hadden gedaan bij politie, kinderbescherming of een soortgelijke instantie, dan had verdere ellende hen bespaard kunnen blijven. Lexi was dan zeer waarschijnlijk nooit misbruikt.

Tijdens de rechtszaak gaf de organisatie van Jehova’s Getuigen aan geen documentatie te hebben waaruit blijkt dat Holly bij de ouderlingen is geweest in 1998. Het is het woord van Holly tegenover dat van de ouderlingen. Voor de jury kon in de zaak niet worden bewezen dat de ouderlingen reeds in 1998 op de hoogte waren van het misbruik. In het oordeel werd dit daarom niet meegenomen.

In 2004, toen ze volgens hun eigen beleid over twee getuigen beschikten en Reyes konden uitsluiten, lieten de ouderlingen na melding te doen bij de autoriteiten terwijl dit in de staat Montana verplicht is. Ook werden gemeenteleden niet ingelicht. Reyes bleef in de gelegenheid om Lexi te misbruiken en had evengoed een gevaar kunnen zijn voor andere kinderen.

De ouderlingen hebben niet alles gedaan om deze kinderen tegen verder misbruik te beschermen. Ze zijn hierin nalatig geweest. De vraag was ook of er sprake was van (kwaadwillige) opzet.

Ouderlingen dienen bij een beschuldiging van seksueel misbruik tegen een gemeentelid direct contact op te nemen met de juridische afdeling van hun bijkantoor. Daarna krijgen ze instructies van de Dienstafdeling over hoe verder te handelen. Voor advocaat Neil Smith was het duidelijk dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid niet bij de plaatselijke ouderlingen lag: ‘This isn’t about them. It’s the puppet masters in New York who issued orders by the threat of punishment from God’ (Dit gaat niet over hen. Het zijn de marionettenmeesters in New York die bevelen gaven onder dreiging van straf van God).

We weten niet welke instructies de ouderlingen mondeling hebben gekregen. Wel is er de brief van 12 april 2004, waarin de vragen ons doen vermoeden dat men zich vooral zorgen maakte over de mate waarin het misbruik bekend was geworden, in de gemeente en in de samenleving als zodanig. Tezamen met de neiging tot geheimhouding en het feit dat er geen melding is gedaan, lijkt het erop dat de organisatie doelbewust probeerde de zaak intern te houden om haar imago te beschermen. Het is een ernstige zaak als dit ten koste gaat van de veiligheid van kinderen. Het oordeel van de jury was duidelijk.

Veel meer dan geld

Aan het einde van de Watchtower in Focus episode 15 van The John Cedars Channel, dat handelde over deze rechtszaak in Montana, vatte Karen Morgan samen: ‘It isn’t about the money. It is about getting them to apologize for what they’ve done and admit that they’ve made mistakes and change their policy. And that’s all it’s ever been about.’ (Het gaat niet om het geld. Het gaat erom dat ze hun excuses aanbieden voor wat ze hebben gedaan en toegeven dat ze fouten hebben gemaakt en hun beleid aanpassen. En dat is alles waar het ooit over ging.)

Dat het ook voor Holly McGowan en Alexis Nunez om veel meer ging dan een schadevergoeding in de vorm van geld, blijkt wel een statement dat zij naderhand deden: ‘In deze zaak ging het om het blootleggen van een systeem dat de organisatie van Jehova’s Getuigen beschermt door de slachtoffers stil te houden. We hebben op jonge leeftijd geleerd om niet met seculiere autoriteiten te praten en op de ouderlingen te vertrouwen voor het oplossen van problemen – zelfs kindermishandeling. Dat systeem nam onze stem weg van ons. In deze zaak ging het erom onze stem terug te eisen en gehoord te worden. Het voelt alsof we dat hebben bereikt. We weten echter dat één zaak niet genoeg zal zijn om de Jehova’s Getuigen hun beleid te laten veranderen. We hopen dat andere slachtoffers ons verhaal zullen horen en de kracht zullen voelen zich ook uit te spreken en te vechten.’

Bronnen:

 

One thought on “Misbruikzaak Montana: het gaat niet om het geld

Geef een reactie