Liefde en recht? Een commentaar op studie-artikel 19 in de Wachttoren mei 2019

Artikelen

Bij het studie-artikel Liefde en recht in het oude Israël in de Wachttoren van februari 2019 (studie-uitgave) werd aangegeven dat dit een eerste artikel was in een serie van vier, die “laten uitkomen waarom we erop kunnen vertrouwen dat Jehovah om ons geeft” (voetnoot bij ‘Vooruitblik’). De andere drie artikelen zouden in de Wachttoren van mei verschijnen en twee daarvan zouden te maken hebben met seksueel misbruik. Wij waren uiteraard heel benieuwd.  

De eerste twee artikelen in de serie, waarvan de eerste dus in de Wachttoren van februari verscheen, lijken vooral bedoeld om duidelijk te maken dat de wetten en regels die in de Bijbel staan voortkomen uit liefde en gerechtigheid. Jehova’s Getuigen hebben hun beleid gebaseerd op hoe zij de Bijbel lezen. Het lijkt alsof ze met deze twee artikelen een fundament hebben gelegd voor het derde artikel, om de lezer ervan te doordringen dat de wijze waarop zij met seksueel misbruik omgaan gebaseerd is op liefde en gerechtigheid.

Deel 3: liefde en recht tegenover slechtheid (Wachttoren mei 2019)

De eerste drie paragrafen – de inleiding – is bedoeld om duidelijk te maken dat seksueel kindermisbruik een ‘uitzonderlijk weerzinwekkende vorm van slechtheid’ is. Het artikel noemt seksueel kindermisbruik ‘een wereldwijde plaag’, die ook christenen treft. Dat zou komen doordat er heel veel slechte mensen zijn waarvan sommigen proberen de christelijke gemeente binnen te dringen. Er zijn ook nog personen die ‘beweren deel uit te maken van de gemeente maar toegeven aan perverse vleselijke verlangens’. Zo is het kwaad wederom tot iets van de buitenwereld gemaakt, iets dat van buitenaf de gemeente binnendringt of beoefent wordt door iemand die slechts beweert een christen te zijn. De wereld wordt voorgesteld als zeer slecht, de eigen religie als zuiver en rein.

Een ernstige zonde

De Bijbel noemt seksueel misbruik niet als (aparte) zonde. In het oude Israël kon een man zijn dochter van 13 of 14 jaar aan een man geven als (bij)vrouw en over seks met nog jongere kinderen werd waarschijnlijk niet gesproken. Het is te verklaren dat er daarom in de Bijbel niets over seksueel kindermisbruik staat. Wanneer ouderlingen met een situatie van seksueel misbruik te maken krijgen, scharen ze het doorgaans onder seksuele immoraliteit, maar daar wordt deze keer niet over gesproken.

In de paragrafen vier tot en met acht wordt gezegd dat seksueel kindermisbruik een ernstige zonde is. Niet alleen tegenover het slachtoffer, maar ook tegen de gemeente, de autoriteiten en bovenal tegenover God.

Bij de zonde tegen de gemeente gaat het erom dat de dader een smet op de gemeente heeft gebracht. De zonde tegen de autoriteiten wordt verklaart doordat de dader een overtreding heeft begaan ten opzichte van de wet van het land. Het lijkt alsof men de ernst van de zonde wil onderstrepen door te laten zien tegen wie het allemaal een zonde is. Maar wat heb je er als slachtoffer aan te horen dat jouw pijn, alle ellende die je hebt meegemaakt, wordt uitgelegd als een zonde tegen de autoriteiten?

Het betreft hier een ethisch beginsel: het is moreel verwerpelijk een kind seksueel te misbruiken. Daarvoor is geen gekunstelde onderbouwing nodig waarom het een zonde zou zijn. Dat spreekt vanzelf.

Voor de Wachttorenleiders is het echter noodzakelijk de lezer ervan te doordringen dat het hier om een zonde gaat. Dat vormt de basis voor het beleid in hun interne rechtsprocedures. Zonde hangt samen met berouw en vergeving. Ouderlingen zullen proberen een zondaar tot berouw te brengen. Zo kan in hun visie diens verhouding tot God worden hersteld.

Instructies en beoordeling

In paragraaf 9 wordt gezegd:

Ouderlingen krijgen uitvoerige Bijbelse instructies en opleiding voor de aanpak van gevallen van kindermisbruik. De organisatie blijft kijken naar de manier waarop gemeenten met de zonde van kindermisbruik omgaan.

Het is de moeite waarde deze twee zinnen te vergelijken met het (oorspronkelijke) Engels en enkele andere vertalingen.

Elders have received detailed Scriptural training on how to handle the sin of child abuse. The organization continues to review the way congregations handle the sin of child abuse. (Engels)

Les anciens ont reçu une formation basée sur la Bible leur permettant de savoir comment traiter le péché qu’est l’abus sexuel sur enfant. Et notre organization met constamment à jour les instrucions qu’elle fournit dans ce domaine. (Frans)

A los ancianos también se les han dado instrucciones bíblicas detalladas sobre qué hacer cuando alguien comete este pecado. La organización revisa periódicamente los procedimientos que deben sequir los ancianos cuando se presentan estos casos. (Spaans)

Vrij letterlijk zegt de Franse tekst: ‘Oudsten ontvingen Bijbelse training om te leren omgaan met de zonde van seksueel misbruik van kinderen. En onze organisatie werkt de instructies op dit gebied voortdurend bij.’ (GoogleTranslate)

De Spaanse versie zegt letterlijk: ‘De ouderlingen hebben ook gedetailleerde Bijbelse instructies gekregen over wat te doen als iemand deze zonde begaat. De organisatie beoordeelt periodiek de procedures die ouderlingen moeten volgen wanneer deze gevallen zich voordoen.’ (GoogleTranslate)

Wat beoordeelt de organisatie? Het Engels biedt kennelijk ruimte voor meerdere interpretaties. In het Spaans gaat het om de procedures die ouderlingen moeten volgen in situaties rond seksueel misbruik. In het Frans worden deze procedures constant geüpdatet. De Nederlandse vertaling kan worden gelezen alsof de organisatie beoordeelt hoe gemeenten met seksueel misbruik omgaan, in plaats van dat ze haar eigen instructies aan de ouderlingen opnieuw beschouwt.

Het artikel geeft als reden dat de organisatie blijft kijken naar haar beleid rond seksueel misbruik ‘om er voor te zorgen dat de kwestie wordt aangepakt in harmonie met de wet van de Christus’. Wellicht doen ze er beter aan die in harmonie te brengen met de hedendaagse inzichten en normen in de samenleving.

Het behandelen van ernstig kwaaddoen

In geval van seksueel misbruik gaat de zorg van de ouderlingen in eerste instantie uit naar het hooghouden van de heiligheid van Gods naam. Daarnaast gaat hun zorg uit naar het ‘geestelijk welzijn’ van de gemeenteleden. Als een dader van seksueel kindermisbruik deel uitmaakt van de gemeente, zijn de ouderlingen erop gericht hem tot herstel te brengen. In het artikel wordt iemand die een ernstige zonde heeft begaan voorgesteld als ‘geestelijk ziek’ en de ouderlingen als dokters die hem beter moeten maken. Ook hier weer lijkt de vergelijking meer te willen suggereren dan er is. Een arts heeft doorgaans een gedegen opleiding gevolgd zodat mensen erop kunnen vertrouwen dat hij weet wat hij doet.

Om te laten zien welk een grote verantwoordelijkheid ouderlingen dragen en wat er bij komt kijken in geval van seksueel kindermisbruik, behandelt het artikel drie vragen. Deze vragen lijken vooral een reactie op wat er momenteel tegen Jehova’s Getuigen in wordt gebracht waar het hun beleid betreft.

Houden de ouderlingen zich aan een wettelijke verplichting om een beschuldiging van kindermisbruik te melden bij de autoriteiten? Ja. Als dat in een land wettelijk verplicht is, houden de ouderlingen zich aan een meldplicht (Rom.13:1). Zulke wetten zijn niet in tegenspraak met Gods wetten (Hand. 5:28,29). Dus als zo’n beschuldiging bij de ouderlingen bekend wordt, winnen ze direct advies in over de naleving van een wettelijke meldplicht. (par.13)

Wat hier staat is (grotendeels) waar, maar verdient wel een flinke toelichting. Als in een land een wettelijke meldplicht bestaat, maar deze heeft een uitzondering waarop een geestelijke zich kan beroepen om geen melding te doen, dan doen Jehova’s Getuigen geen melding. De organisatie van Jehova’s Getuigen interpreteert het verschoningsrecht van de geestelijke, of in Engelstalige landen ‘clergy privilege’, zo dat zij menen hier gebruik van te kunnen maken. Als deze of enige andere uitzondering waarvan zij gebruik kunnen maken bestaat, zien zij zichzelf niet als wettelijk verplicht. Zo kunnen zij bovenstaande volhouden, dat als het in een land wettelijk verplicht is, zij zich daaraan houden. Uit briefwisselingen tussen het hoofdkantoor en bijkantoren kan zelfs worden opgemaakt dat actief naar dergelijke uitzonderingen wordt gezocht.

Ouderlingen die horen van een beschuldiging van seksueel misbruik, moeten volgens hun beleidsinstructies (Brief aan lichamen van Ouderlingen, 1 september 2017) onmiddellijk de Juridische Afdeling van hun bijkantoor bellen. De Juridische Afdeling weet hoe het zit met de landelijke wet en of er een mogelijkheid is om niet te melden. De paragraaf geeft dus een positiever beeld dan het in werkelijkheid is.  

Overigens was volgens het onderzoek door de Royal Commission in Australië geen van de daders van seksueel misbruik binnen Jehova’s Getuigen door ouderlingen of vertegenwoordigers van de organisatie bij de autoriteiten gemeld. Terwijl in sommige staten daar de wetten zodanig waren dat er vrijwel niet onderuit te komen was.

Men kan zich afvragen waarom ouderlingen alléén melding zouden moeten doen wanneer daar een wettelijke verplichting toe is. Zou het geen morele verantwoordelijkheid zijn dat zij dit sowieso doen?

Volgens paragraaf 14 vertellen ouderlingen slachtoffers, diens ouders en anderen die op de hoogte zijn van het misbruik dat zij het recht hebben aangifte te doen. Als ook ‘anderen’ dit recht hebben, waarom kunnen (of mogen) ouderlingen dit dan niet?

De tweede vraag luidt: Waarom zijn er minstens twee getuigen vereist voordat de ouderlingen in de gemeente rechterlijke stappen ondernemen? Door te wijzen op de ‘hoge Bijbelse rechtsnorm’ waar deze regel deel van uitmaakt, lijkt men de suggestie te willen wekken dat deze een hogere norm heeft dan het seculiere recht. Volgens hun eigen interne beleid kan er alleen een rechterlijk comité worden gevormd als er twee getuigen zijn of een bekentenis van de overtreder. Desondanks worden in gemeenten van Jehova’s Getuigen soms mensen uitgesloten op basis van indirect bewijs. Juist in situaties rond seksueel misbruik, waar doorgaans geen tweede getuige is, houden ze hardnekkig vast aan de twee-getuigenregel.

Van de drie Bijbelteksten die iets zeggen over ‘twee getuigen’ is het een raadsel waarom ze juist die uit 1 Timotheüs 5:19 willen laten lezen. Daar staat: ‘Aanvaard een beschuldiging tegen een oudere man (of: ouderling) alleen op basis van een verklaring van twee of drie getuigen’. Zo klinkt het alsof een beschuldiging tegen een ouderling nog minder snel zal worden geloofd of aanvaard dan tegen een gewoon gemeentelid.

De paragraaf zegt dat er geen twee getuigen vereist zijn om bij de autoriteiten aangifte te doen. Maar we weten al dat ouderlingen niet zelf aangifte (of melding) zullen doen als de wet hen daar niet heel specifiek toe verplicht.

Paragraaf 16 vermeldt min of meer het verloop van de procedure bij een beschuldiging van seksueel misbruik. Wat ze niet vertellen is dat ze eerst de Juridische Afdeling van hun bijkantoor moeten bellen. Die vertelt ze of ze volgens (hun interpretatie van) de wet een meldplicht hebben of niet. Daarna worden de ouderlingen doorverbonden met de Dienstafdeling die verdere instructies geeft. Waarom is het artikel hier niet gewoon eerlijk over? Kan het zijn dat de organisatie liever niet heeft dat gemeenteleden (en de buitenwereld) weten in hoeverre een bijkantoor betrokken is bij de afhandeling van seksueel misbruik? Het artikel suggereert dat de ouderlingen een grote verantwoordelijkheid dragen, terwijl ze in werkelijkheid slechts instructies van bovenaf opvolgen.  

Een voetnoot bij paragraaf 16 zegt dat een kind nooit wordt gevraagd de beschuldiging uit te spreken in aanwezigheid van de dader. Dit was vroeger wel zo, zoals uit diverse verhalen blijkt. Ook wordt er niet bij gezegd of een inmiddels volwassen slachtoffer hiervan gevrijwaard is.

De derde vraag: Wat is de rol van het rechterlijk comité? (par.17, 18) In paragraaf 17 probeert men te ontzenuwen dat de interne rechtsprocedures in de plaats zouden komen van rechtspraak door de seculiere autoriteiten. Ouderlingen die zitting hebben in een rechterlijk comité hebben een geestelijke en religieuze functie, waarin zij beoordelen of een overtreder (voldoende) berouw toont. Zo niet, dan wordt die persoon uit de gemeente gezet. Om deze reden werd eerst duidelijk gemaakt welk een zonde seksueel kindermisbruik is. Ouderlingen gaan alleen over de beoordeling van een zonde, niet over een misdaad. Een zondaar die volgens de ouderlingen (voldoende) berouw heeft, mag in de gemeente blijven. We weten dat de gemeente dan niet zal worden ingelicht. Het artikel zegt dat ouderlingen ouders van minderjarigen in de gemeente persoonlijk kunnen waarschuwen, daarmee suggererend dat zij er alles aan doen om de veiligheid van kinderen te waarborgen. In werkelijkheid gebeurt die waarschuwing alleen als de Dienstafdeling van het bijkantoor daar instructie toe geeft en dan nog op een omslachtige manier.

Je kinderen beschermen

Volgens de organisatie van Jehova’s Getuigen zijn het de ouders die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van hun kinderen. Ouders krijgen drie tips om hun kinderen beter te kunnen beschermen: (1) Informeer jezelf over misbruik, (2) Onderhoud goede communicatie met je kinderen, (3) Geef je kinderen voorlichting. Op zich niets mis mee, ware het niet dat de organisatie de ouders verwijst naar materiaal dat ze zelf heeft gepubliceerd en waar wel het een en ander op valt aan te merken.

Terecht merkt paragraaf 20 op dat ‘in de meeste gevallen de dader iemand is die het kind al kent en vertrouwt’. Wie op deze zin doordenkt, concludeert dat voor een Jehovagetuigekind de mensen die hij kent en vertrouwt Jehova’s Getuigen zijn.  Terwijl de organisatie juist de indruk wil wekken dat wie Jehova’s Getuige is, zoiets niet doet.

Tot slot

Er valt nog wel meer te zeggen over dit artikel. Er lijkt een zorgvuldige afweging te zijn gemaakt over wat en hoe iets gezegd wordt. De organisatie informeert haar leden niet over het werkelijke beleid. De inhoud vertoont veel raakvlakken met het document Het Bijbelse standpunt van Jehovah’s Getuigen over de bescherming van kinderen (2018) en vertelt als zodanig niets nieuws. Omdat dit onderwerp in de vorm van een studie-artikel verschijnt, lijkt het bedoeld om de eigen leden ervan te overtuigen dat het beleid van de organisatie juist is, overeenkomstig de Bijbel en ‘Gods wil’, gebaseerd op liefde en gerechtigheid. Tegelijkertijd lijkt de organisatie hiermee te willen voldoen aan een vraag van buitenaf om hun beleid te delen met de eigen leden.  

De gewone Jehova’s Getuigen weten niet beter dan wat in dit artikel is besproken het beleid is van hun organisatie. Ze denken nu op de hoogte te zijn en zullen overeenkomstig deze informatie antwoorden als ze met vragen worden geconfronteerd.  

Helaas is er in het hele beleid nog altijd geen liefde en recht merkbaar ten opzichte van slachtoffers van seksueel misbruik. Het roept vragen op: Voor wie is er in dit beleid liefde en recht? In hoeverre bevordert dit beleid gerechtigheid? In hoeverre draagt het beleid zoals geformuleerd in dit artikel werkelijk bij aan de bescherming van kinderen?

– februari 2019, Bestuur Reclaimed Voices.

 

 

 

One thought on “Liefde en recht? Een commentaar op studie-artikel 19 in de Wachttoren mei 2019

  • The whole Watchtower articles are just to pretend that the Governing Body care. But the truth is the GB do not care about the children, they only care about the money it is costing in fines and the amount of people leaving the JW Org.

Geef een reactie