Hooggerechtshof Montana beslist over misbruikzaak in voordeel Jehovah’s Getuigen

Artikelen

Het Hooggerechtshof van Montana heeft woensdag een uitspraak van 35 miljoen dollar tegen het kerkgenootschap van Jehovah’s Getuigen ongedaan gemaakt, schrijven media in de Verenigde Staten. Het betrof een uitspraak vanwege het feit dat het kerkgenootschap seksueel misbruik van een kind niet aan de autoriteiten heeft gemeld,.

De wet van Montana vereist dat ambtenaren, inclusief geestelijken, kindermisbruik melden aan de autoriteiten wanneer er een redelijke reden voor verdenking is. Het hooggerechtshof besliste echter unaniem dat Jehovah’s Getuigen in deze zaak onder een uitzondering op die wet vallen.

De uitspraak vernietigt een vonnis uit 2018 waarbij een schadevergoeding wordt toekend aan Alexis Nunez die als kind werd misbruikt door een lid van de Jehovah’s Getuigen in Thompson Falls. Alexis is mening dat het kerkgenootschap plaatselijke ouderlingen heeft geïnstrueerd haar misbruik niet aan de autoriteiten te melden. Hierdoor zou haar misbruik nog lange tijd hebben kunnen doorgaan.

Het misbruik van Nunez kwam aan het licht nadat plaatselijke ouderlingen de man hadden terecht gewezen vanwege beschuldigingen van misbruik van twee andere familieleden in de jaren negentig en begin 2000. De ouderlingen behandelden de kwestie intern. De pleger werd uit de gemeente gesloten maar binnen een jaar werd hij weer in de gemeente opgenomen. Al die tijd ging het misbruik van Alexis gewoon verder.

Vertrouwelijkheid

Jehovah’s Getuigen hebben tijdens deze zaak betoogt dat de wet in Montana toestaat, dat personen met een geestelijk ambt (zoals ouderlingen) seksueel misbruik van kinderen niet melden. De reden zou zijn  dat het om een ‘gevestigde kerkelijke praktijk’ gaat waarbij intern onderzoek naar beschuldigingen van kindermisbruik door het kerkgenootschap als ‘vertrouwelijk’ wordt beschouwd.

Het Hooggerechtshof heeft geoordeeld dat Jehovah’s Getuigen een vastgesteld procedure hebben  voor het ontvangen en onderzoeken van meldingen van seksueel kindermisbruik binnen hun gemeenten; dat zij deze procedure als vertrouwelijk beschouwen; en dat bij deze procedure  noodzakelijkerwijs meerdere ouderlingen en gemeenteleden, inclusief de beschuldigde, ouderlingen van de dienstafdeling en plaatselijke ouderlingen betrokken zijn. (Nunez and McGowan vs. Watchtower New York, 2020, pp. 13-14).

“Geestelijken zijn niet verplicht om bekend kindermisbruik of vermoedens hiervan te melden als deze kennis het gevolg is van de vertrouwelijke communicatie of bekentenis van een gemeentelid en als de persoon die de verklaring aflegt niet instemt met openbaarmaking,”  oordeelde het Hooggerechtshof. Het Hooggerechtshof geeft aan dat de wetgever niet nader omschreven heeft wat er precies verstaan moet worden onder vertrouwelijke communicatie. Hierdoor is het mogelijk om de hele procedure van Jehovah’s Getuigen als vertrouwelijk te beschouwen.

In het rapport Jehovah’s Getuigen en het Verschoningsrecht van de Geestelijke wordt aangetoond dat Jehovah’s Getuigen een heel eigen definitie van vertrouwelijkheid hanteren die afwijkt van wat gewoonlijk door anderen onder deze term wordt verstaan (Suierveld 2019, pp. 33-35, 50-51). Wanneer een slachtoffer van misbruik in vertrouwen spreekt over dit misbruik met een ouderling, dan wordt deze informatie gedeeld met andere ouderlingen, sommige leden van het bijkantoor (de juridische afdeling en de dienstafdeling), de beschuldigde en de kringopziener. Dit kan zelfs gebeuren zonder dat het slachtoffer hiervan op de hoogte is gesteld of gevraagd is of deze informatie gedeeld mag worden.

Suierveld vraagt zich af of de eigen definitie van vertrouwelijkheid bij de Getuigen ‘in het belang is van een gemeentelid of dat het eigenlijk gaat om de belangen van de organisatie zelf’.’ ‘[Is] er sprake … van een serieus te nemen vertrouwensrelatie wat betreft de ouderlingen in hun hoedanigheid als geestelijk zorg- en hulpverlener[?]’ (Suierveld 2019, p.  51).

Het Hooggerechtshof in Montana geeft aan niet bevoegd te zijn om vast te stellen of de praktijen en overtuigingen van de Jehovah’s Getuigen in zichzelf valide zijn. Ook spreekt ze zich niet uit over de vraag of de door Jehovah’s Getuigen gevolgde procedures de meest optimale vorm van kindveiligheid bieden (Nunez and McGowan vs. Watchtower New York, 2020, pp. 15-16).

Verschoningsrecht

De advocaat van Alexis geeft in een verklaring aan het een uiterst teleurstellende beslissing te vinden, ‘vooral in deze tijd in onze samenleving, waarin religieuze en andere instellingen het seksueel misbruik van kinderen verdoezelen.’

Ook de Nederlandse wet kent een uitzondering waarbij geestelijke ambtsdragers zich kunnen beroepen op het verschoningsrecht ten aanzien van informatie die met hem gedeeld is in zijn hoedanigheid van geestelijke zorg- en hulpverlener. Daarbij moet er sprake zijn van een vertrouwensrelatie. Dit verschoningsrecht dient een maatschappelijke belang waarbij een vrije en onbelemmerde toegang tot persoonlijke geestelijke (pastorale) hulpverlening mogelijk is. Toch kunnen er zwaarwegende morele redenen zijn om de vertrouwelijkheid te delen. Dit vergt echter een professionele en ethische afweging van de geestelijke ambtsdrager (Suierveld 2019, p. 13).

De praktijk leert dat deze uitzondering in de wet onzorgvuldig gebruikt of zelfs misbruikt kan worden. In augustus 2018 berichtte RTL Nieuws over een rechtszaak in Nederland waarbij het kerkgenootschap Jehovah’s Getuigen met beroep op het verschoningsrecht geweigerd heeft op een verzoek van het Openbaar Ministerie in te gaan. In oktober van datzelfde jaar berichtte RTL Nieuws te beschikken over interne communicatie van het kerkgenootschap tussen het hoofdkantoor en de landelijke afdelingen met instructies om alle wettelijke mogelijkheden te onderzoeken om onder een meld- of aangifteplicht uit te komen.

In mei 2019 werd er tijdens de bijeenkomsten van Jehovah’s Getuigen een artikel uit De Wachttoren besproken waarin werd gesuggereerd dat ouderlingen van Jehovah’s Getuigen zich houden aan een wettelijke verplichting om kindermisbruik te melden bij de autoriteiten. In een commentaar van Reclaimed Voices schreven wij destijds dat dit slechts een gedeeltelijke voorstelling van de zaken is. Indien er uitzonderingen in de Wet bestaan dan zullen ouderlingen worden geïnstrueerd om zich hierop te beroepen.

De rechtszaak in Montana toont aan dat het kerkgenootschap van Jehovah’s Getuigen meer bezig lijkt te zijn met het juridisch verdedigen van hun eigen interne kerkprocedures dan met de belangen van slachtoffers van seksueel misbruik. Deze houding lijkt ingegeven te worden door een wereldbeeld en zelfbeeld die als een blinde vlek werken waarbij de behoeftes van kinderen en slachtoffers van seksueel misbruik nog steeds niet worden gezien.

Geef een reactie